1. Inleiding

Thuisgenoten wil graag verantwoorde en kwalitatief ‘goede zorg’ leveren aan haar cliënten. Om dit te kunnen waarborgen heeft Thuisgenoten de keuze gemaakt om geen zorg te leveren aan een aantal cliëntgroepen.

Hieronder wordt beschreven op welke doelgroepen Thuisgenoten zich richt en welke uitsluitingscriteria hierbij gelden.

2. Doelgroep Thuisgenoten

  • Cliënten met een indicatie voor zorg en/of begeleiding
  • Cliënten met een WLZ indicatie
  • Cliënten zonder indicatie die de zorg particulier inkopen

3. Uitsluitingscriteria

Thuisgenoten levert geen zorg aan de cliëntengroepen die hieronder nader omschreven worden:

3.1 Alle locaties (voor thuiszorg en woonzorg)

  • Cliënten met complexe psychiatrische (GGZ) problematiek als voorliggend probleem
  • Cliënten met complexe verslavingsproblematiek als voorliggend probleem
  • Cliënten met complexe, intraveneuze, verpleegtechnische handelingen

 

3.2 Voor cliënten die al in zorg zijn bij de thuiszorg of wonen in de woon-zorg centra van Thuisgenoten

  • Cliënten met dwaalgedrag zodanig dat de veiligheid niet gegarandeerd kan worden
  • Cliënten met ernstige gedragsproblemen (bijvoorbeeld bij dementie of bij psychiatrische diagnoses) die na interventies onvoldoende begeleid kunnen worden binnen het woon-zorgcentrum of in de thuissituatie
  • Cliënten met ernstige agressie gericht tegen andere cliënten of medewerkers die na interventies onvoldoende begeleid kunnen worden
  • Cliënten die door hun gevorderde dementie baat hebben bij de veiligheid en geborgenheid van een kleinschalige (beschermde) woonomgeving.

 

In het multidisciplinair overleg (MDO) wordt besproken of de huidige woonomgeving passend is voor deze cliënt. Bij het MDO zijn de EVV’er (Eerst Verantwoordelijk Verzorgende) van de cliënt, de coördinerend verpleegkundige, een extern deskundige zoals een specialist ouderengeneeskundige en zo nodig een gedragskundige aanwezig. Voorafgaand aan het MDO zijn al gedragsmatige interventies ingezet.

Het beleid van Thuisgenoten is dat het definitief besluiten tot stopzetten van thuiszorg of het bewonen van een woon-zorg appartement pas zal plaatsvinden na consultatie van een externe deskundige, bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskundige of het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Mocht ook de consultatie van deze externe deskundige niet leiden tot een situatie waarin cliënt kan blijven wonen binnen de woon-zorg locatie dan besluit het MDO over de vervolg verblijfsituatie.

Het MDO formuleert een advies dat wordt doorgesproken met de cliënt (indien nog mogelijk) en diens (wettelijk) vertegenwoordiger. De coördinerend verpleegkundige is verantwoordelijk voor het goed uitvoeren van het advies en zal indien aan de orde in overleg met de cliënt of diens vertegenwoordiger de cliënt begeleiden naar een passende plek buiten Thuisgenoten.

3.3 Voor nieuwe cliënten woon-zorg appartementen

  • Cliënten die met een IBS (in bewaringstelling) in crisis worden opgenomen
  • Cliënten met ernstige gedragsproblemen waardoor:
  • – het sociale functioneren binnen de leefgroep van kleinschalig wonen wordt ontwricht en/of
  • – de cliënt een gevaar gaat vormen voor de veiligheid of gezondheid van zichzelf en/of anderen waartegen binnen de setting van een groepswoning onvoldoende bescherming kan worden geboden.